Woordenschatverwerving bij anderstalige kinderen bevorderen?

Hoe maak je woordenschatverwerving voor kinderen leuk?

Op 5 november (2018) was ik met gastblogger Saskia Porcelijn bij Uitgeverij Boom voor een workshop over Woordenschatverwerving voor anderstalige kinderen. De workshop werd gegeven door Kim Koelewijn, auteur van de serie boeken Hotel Hallo. Deze serie is geschreven voor anderstalige kinderen van 5 tot 11 jaar, het is opgebouwd rond 10 thema’s met 100 woorden per thema.

Over Hotel Hallo

Hotel Hallo

De focus in Hotel Hallo ligt op woordenschatverwerving en mondelinge communicatie (spreken en luisteren), minder op grammatica, schrijven of spelling. Om deze specifieke doelgroep van anderstalige kinderen aan te spreken, wordt er in deze methode vooral gewerkt met leuke verhalen en liedjes, en minder met traditioneel schools lesmateriaal.

Het pakket bestaat uit:

  • Een tekstboek met verhalen, liedjes en dialogen
  • Een werkboek (vanaf 7 jaar) met oefeningen, puzzels en spelletjes.
  • Een website met spreekopdrachten, aanvullend materiaal om zelf te printen, liedjes en verhalen.

De handleiding van Hotel Hallo is hier te vinden op internet.

Kim Koelewijn heeft tijdens de workshop een groot aantal activiteiten besproken die op allerlei momenten in de les ingezet kunnen worden. Hieronder vind je een korte toelichting per activiteit.

Activiteiten

Proppen gooien

Schrijf op papiertjes opdrachten over kleuren, zintuigen, eten en drinken, tegenstellingen. Bijvoorbeeld noem een kleur, waar kun je mee zien, hoe kun je voelen, waar kun je mee ruiken, noem iets te eten en/of drinken. Maak proppen van de papiertjes. Laat een liedje horen terwijl de kinderen proppen naar elkaar gooien. Als de muziek stopt, maken ze de prop open en voeren ze de opdracht uit die op het propje staat. Kunnen de kinderen nog niet lezen? Gebruik dan plaatjes en laat de kinderen vertellen wat er op hun propje staat,

Bal gooien

strandbal

Gebruik een (lichte) strandbal en muziek. Laat de kinderen de bal naar elkaar gooien. Als de muziek stopt, stelt de docent een vraag aan het kind met de strandbal. Op welke hand ligt de bal? Hoeveel kinderen zitten er in de klas? Hoe heet het kind links van je? Of een vraag gerelateerd aan het thema van de les. Deze oefening kun je ook gebruiken als kennismakingsspel.

Bekertjes of eierdoos met verschillende gekleurde bodems

Kleur de bodem van een aantal kartonnen bekertjes of een lege eierdoos. Neem een aantal gekleurde papiertjes (corresponderend met de kleuren van de bodem van de bekertjes/eierdoos) en schrijf opdrachten op de papiertjes. Een kind gooit een balletje in een bekertje/eierdoos. Het kind pakt een kaartje van het stapeltje met de corresponderende kleur. Het kind beantwoordt de vraag of voert de opdracht op het kaartje uit, bijvoorbeeld een beweging: lopen, huppelen, hinkelen, of zeg het alfabet op.

Post-its plakken

Met post-its kun je verschillende opdrachten laten uitvoeren.

  • Gebruik post-its voor het leren van de en het. Laat kinderen bijvoorbeeld een blauwe post-it plakken op de-woorden en een gele post-it op het-woorden.
  • Gebruik post-its om de namen van lichaamsdelen of links/rechts te leren. Geef daarbij instructies als: plak een post-it op je linkerarm, op je rechterenkel etc.
  • Schrijf de naam van een dier of een voorwerp op een post-it en plak dit op de rug van een kind. Het kind moet met ja/nee vragen raden welk dier of voorwerp hij of zij is.

Liedjes

Liedjes zijn een goede manier om intonatie, tempo en uitspraak te leren en te oefenen. Naast samenzingen zijn er allerlei andere activiteiten, zoals:

  • bewegen op muziek bijvoorbeeld dansen door de ruimte en als de muziek stopt een kind vragen het laatste woord of zin te herhalen. Of je geeft de opdracht beweeg langzaam of snel op de muziek, of dans alsof je het koud hebt of ……
  • doorzingen als de muziek stopt (de tekst afmaken).
  • luisteren en fouten in de tekst verbeteren. Dit kun je gebruiken om woorden met een iets andere klank, tegenstellingen of persoonlijke voornaamwoorden te oefenen. Bijvoorbeeld in een liedje wordt ‘lacht’ gezongen en in de tekst staat ‘licht’. Andere voorbeelden: vrij/blij, man/maan, vis/vies, buiten/binnen.
  • taalraps voor het oefenen van spreektaal en het automatiseren.

Voorbeelden van liedjes:

  • Gatsie groen van Hotel Hallo, over het eten van groene groenten.
  • Camp cheers: Zeg wat ik zeg en doe wat ik doe, de docent zegt of zingt een zin en maakt daarbij een beweging. De kinderen doen de docent zo precies mogelijk na in woord en gebaar. De tekst bouwt op, de docent varieert in emoties en volume per zin (hard, blij, zacht, verdrietig). Camp cheers/zeg-doe na raps zijn te gebruiken voor het bevorderen van saamhorigheid en sfeer, om kinderen energieker te maken, als overgang naar een nieuwe activiteit of om nieuwe woorden te oefenen.

Ter inspiratie twee voorbeeldzinnen uit de ‘zeg-doe na’ rap:

Wat is het weer vandaag?

De zon schijnt, de wind waait en ik ga lekker wandelen

De zon schijnt, de wind waait, het regent pijpenstelen en ik ga lekker wandelen…

De volledige tekst van ‘Wat is het weer vandaag?’, vind je hier.

Deze activiteiten kunnen best wat onrust veroorzaken in de klas. Een goede activiteit om kinderen weer rustig te krijgen is ‘samen tot tien tellen’.

Samen tot tien tellen

Laat alle kinderen hun ogen dicht doen. Start met het zeggen van het cijfer 1, een kind zegt 2 ….. Het is de bedoeling dat maar één kind tegelijk een cijfer zegt. Als twee of meer kinderen tegelijk hetzelfde cijfer zeggen, begint het spel opnieuw. Dit kun je ook doen met:

  • Dagen van de week
  • Kleuren
  • Alfabet
  • Maanden

Schootboeken

schootboek

schootboek

Schootboeken (lapbooks) worden veel gebruikt in het Amerikaanse thuisonderwijs. Deze boeken worden gemaakt van stevige (archief)mappen die je aan elkaar plakt zodat ze kunnen staan. Daarna worden de boeken beschreven bijvoorbeeld met informatie over een thema (eten en drinken, familie, dieren), versierd met tekeningen, plaatjes, kaartjes, gevouwen boekjes enz. Hier kun je zien hoe je een schootboek maakt.

Dobbelen

dobbelsteen

Maak zelf een dobbelsteen of koop een beschrijfbare dobbelsteen. Het voordeel van een beschrijfbare dobbelsteen is natuurlijk dat je meer gebruiksmogelijkheden hebt per dobbelsteen.

Dobbelsteen met cijfers: de kinderen gooien de dobbelsteen. Bij elk nummer op de dobbelsteen hoort een opdracht. Je kunt ook vragen stellen waarbij het antwoord afhangt van de gooi van de dobbelsteen. Zo zijn de mogelijke antwoorden op de vraag Hoe gaat het? 1) prima; 2) heel goed; 3) goed; 4) niet zo goed; 5) slecht; 6) heel slecht.

Dobbelsteenpuzzel: knip een portret of een andere afbeelding uit een tijdschrift in stukken. Plak een dobbelsteencijfer op elk stukje van het geknipte beeld en laat de kinderen alle stukken bij elkaar dobbelen. Je kunt er nog een vraag aan koppelen, bijvoorbeeld raad de persoon of raad de afbeelding.

Beschrijfbare dobbelsteen: je kunt allerlei opdrachten op de dobbelsteen schrijven en laten uitvoeren, bijvoorbeeld ‘draai met je armen’, ‘spring als een kikker’, ‘brul als een draak’, ‘piep als een muis’, ‘fluit als een vogel’, ‘draai een rondje’ enz. Een andere mogelijkheid is om op de dobbelstenen verschillende werkwoorden te schrijven die de kinderen vervolgens moeten uitbeelden. In dat geval is het wel handig om meer dan een dobbelsteen te gebruiken.

Dobbelstenen met afbeeldingen: met Story Cubes kun je kinderen een verhaaltje laten maken met de afbeeldingen die ze hebben gegooid.

Close-up

Maak van heel erg dichtbij foto’s van delen van voorwerpen in huis of in de klas. Bijvoorbeeld (een deel van) een pen. Stel vragen: Wat is dit? Welk lidwoord hoort bij dit woord? Je kunt ook nog een woordspin laten maken rond het woord.

Bord- en kaartspellen

Spelletjes om te spelen zijn bijvoorbeeld het Hotel Hallo kwartetspel en het kwartet Nederlands in beeld, hier moeten de kinderen wel voor kunnen lezen. Er hoort bij de serie Hotel Hallo ook een bingo. Behalve voor het spelen van bingo kun je de plaatjes ook laten beschrijven.

Hotel Hallo kwartetspel

vertel eens bordspel
Vertel eens bordspel

Op het Vertel eens bordspel staan vragen als …. wat je graag doet, …. over je familie, …. wat je lekker vindt.  Je kunt het ook gebruiken als kennismakingsspel.

Het Polliespel

Het Polliespel, is ook een spel van Hotel Hallo. Je speelt het met dobbelsteen en pionnen. Kom je op een wit koekje dan moet je een kaartje pakken en de vraag op het kaartje beantwoorden.

Tip! Laat de kinderen spiekbriefjes gebruiken bij het spelen van spelletjes met daarop vragen die de ze kunnen stellen: Wie is er aan de beurt? Is het mijn beurt? Mag ik de dobbelsteen? Wie heeft de dobbelsteen? Alsjeblieft, dankjewel.

Leer goochelen met Hans Kazan

Laat de kinderen eerst een filmpje van Hans Kazan zien. Daarna doe je zelf de goocheltruc. Vervolgens vertel je hoe de truc werkt. Samen met de kinderen schrijf je een script en oefen je de truc. Dan is het kind er klaar voor om de truc voor een publiek uit te voeren.

goochelen
Leer goochelen met Hans Kazan

Een voorbeeldtruc:

  • Drie stoelen, de goochelaar en een ingewijde. De ingewijde gaat de kamer uit. Iemand uit het publiek wordt gevraagd om op 1 van de 3 stoelen te gaan zitten. De goochelaar roept de ingewijde binnen op een van de volgende manieren: ‘Kom’, ‘Kom maar’, ‘Kom maar binnen’. Dit is het geheim van de stoel, een zin van 3 woorden is stoel 3. De ingewijde ‘herkent’ de stoel op magische wijze (eventueel nog door extra te ruiken aan de stoel).

Ster / happertje

Zo vouw je een ster/happertje. Met het happertje kunnen kinderen aan elkaar vragen stellen. Verzin eerst samen vragen die in het happertje komen te staan.

Orakel

dobbelsteenpot

dobbelsteenpot

Een pot met vloeistof (bijvoorbeeld water met voedingskleurstof) en een dobbelsteen. Doordat het water een kleur heeft, is de dobbelsteen pas te zien als je de pot schudt. De dobbelsteen is beplakt met materiaal waarop je kunt schrijven. Op de dobbelsteen staan de antwoorden van het orakel: stel een andere vraag, ja, nee, nog een keer, misschien, weet ik niet. Een kind stelt een vraag en schudt de pot voor het antwoord.

Spinner

spinner

spinner

Om een spinner te maken heb je een grote Ikea-onderzetter van kurk nodig. Met een punaise prik je de vragen, personen uit een verhaal, jaargetijden enz. op de onderzetter. Van een paperclip maak je een wijzer die je kunt draaien. Het vak waar de wijzer op komt, is het vak waarover je praat of vragen over stelt. Je kunt de kinderen ook zelf iets laten maken voor op de onderzetter. Op Pinterest van Hotel Hallo vind je meer voorbeelden.

Boe-spel

boe-spel

boe-spel

Voor het boe-spel heb je een papieren tas nodig waarop je een (griezelige) kop tekent. De mond knip je uit de tas zodat er een opening ontstaat. In de tas stop je kaartjes met vragen en ook een aantal kaartjes met alleen het woord ‘boe’ erop. Een kind pakt een kaartje uit de mond en leest de vraag. Als er ‘boe’ op een kaartje staat, moeten alle kaartjes terug in de mond.

Puzzelmaker

Gebruik (kruiswoord)puzzels of woordzoekers om woorden van een bepaald thema te herhalen. Op internet zijn allerlei sites waar je op een eenvoudig manier puzzels en woordzoekers kunt maken, bijvoorbeeld woordzoeker, woordzoekerfabriek, puzzlemaker.

Rollenspel


t-shirt poppetje

Rollenspellen zijn een leuke manier om dialoogjes te oefenen, bijvoorbeeld groeten, iets kopen in een winkel, iets eten wat je heel vies/lekker vindt. Je kunt hier poppetjes bij gebruiken. Aan poppetjes kun je eigenschappen toekennen bijvoorbeeld verlegen, stoer, lief en dan samen dialoogjes verzinnen. Je kunt rollenspellen doen met bestaande poppen, maar nog leuker is het om met de kinderen eenvoudige poppetjes te maken, bijvoorbeeld van een oud T-shirt. Vul het hoofdje op of gebruik een balletje en doe een strikje om de nek, plak oogjes op, teken met stift een neus en mond en klaar is het poppetje. 

Tekenen

Geef de kinderen een spiegel en laat ze een zelfportret maken. Daarna laat je ze de tekening  beschrijven en/of je laat een woordspin maken (kleur ogen enz.)  Een andere tekenopdracht is om een lichaamsomtrek te tekenen en daarna alle lichaamsdelen erbij te laten schrijven. Je kunt kinderen ook in groepjes van 3 of 4 een vouwtekening laten maken (3 of 4 delen – hoofd, romp, benen en/of voeten), waarbij je op het papier aangeeft waar de nek, de heupen en benen zitten. Elk kind tekent een deel van het figuur, maar ziet niet wat de ander heeft getekend (want het papier is omgevouwen). De lijntjes op het volgende deel geven aan waar de volgende tekenaar verder gaat. Daarna bedenken de kinderen wie er op de tekening staat: hoe heet hij/zij, waar woont hij/zij, heeft hij/zij een broer, een zus, wat eet hij/zij graag? Je kunt ze vervolgens nog de opdracht geven om een verhaaltje rond de tekening te maken.

Vertelkoffer

vertelkoffer

Maak een vertelkoffer met allerlei spullen die aangeraakt en beschreven kunnen worden. Je kunt er ‘ik ga op reis en ik neem mee‘ mee spelen. Variaties: haal iets uit de koffer en laat ze raden wat er ontbreekt, laat voorwerpen uit de koffer beschrijven. In plaats van een vertelkoffer kun je ook een voeldoos maken, nu mogen ze voelen wat er in de doos zit en beschrijven.

Verder…

Als NT2-docent kun je bijna alles wel gebruiken. Download bijvoorbeeld een menukaart van een pannenkoekenrestaurant. Laat de kinderen vertellen wat je allemaal op je pannenkoek kunt eten. Vervolgens maak je een rollenspel, wat zeg je als klant, wat zeg je als je in de bediening zit?

Ben je naar een pretpark, bijvoorbeeld de Efteling, geweest, bewaar de plattegrond en laat de kinderen beschrijven hoe ze naar een attractie lopen of laat ze elkaar routes opgeven en kijken waar ze uitkomen. Je begint bij de achtbaan, je gaat direct rechts en de tweede links…… waar kom je terecht?

plattegrond

In de methode Hotel Hallo vind je nog veel meer leuke en verrassende activiteiten waarmee kinderen spelenderwijs hun woordenschat kunnen oefenen en vergroten.

Tot slot

Het was een leuke, inspirerende workshop. Kim liet ons vol enthousiasme zien en ervaren (bijvoorbeeld de camp cheer/zeg-doe na rap) wat de activiteiten inhielden.

Wij zijn benieuwd welke activiteit(en) uit Hotel Hallo jij met veel succes gebruikt? En of jij verder nog tips om woordenschatverwerving bij kinderen te bevorderen hebt? Laat dan een opmerking achter onder deze blog.

Facebooktwitter

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.