Actief lezen met cursisten

VOLG MIJN BLOG MET Bloglovin

Wat kun je doen met het lezen van verhalen in de NT2 les?

lezen

Nadat het lezen van het artikel in het tijdschrift LES juni 2017 jaargang 35, ben ik gaan nadenken hoe ik met lezen in mijn lessen omga en hoe ik dit kan verbeteren.

Voorkennis activeren

Als ik begin met een nieuw thema (leestekst) in mijn les dan stel ik de cursisten meestal een paar vragen om voorkennis te activeren. Ik laat ze kijken naar het plaatje en ik laat ze (aan elkaar) vertellen wat ze zien. Vervolgens laat ik ze met de woorden die ze over het thema kennen een woordweb maken. Samen maken we op het bord een woordweb. Je zou dit ook om kunnen draaien. Woorden al in een woordweb zetten op het bord en de cursisten het thema laten raden.

Luisteren

luistereb

Daarna ben ik altijd een beetje zoekend hoe ik verder kan met de tekst. In de methode De Opmaat en Van Start die ik nu gebruik begint ieder thema met een tekstje (dialoogje).

Ik laat de cursisten met het boek dicht deze tekst luisteren en vraag ze daarna wat ze hebben gehoord. Om de tweede keer luisteren actiever te maken geef ik (vaak) iedere cursist een kaartje met een woord uit de tekst. Hoort de cursist bij het voorlezen het woord dan steken ze het kaartje in de lucht. Bij de derde keer lezen krijgen de cursisten een gatentekst. Na één of twee keer luisteren, bespreek ik de tekst met de cursisten en laat ik cursisten aan elkaar moeilijke woorden (in het Nederlands) uitleggen. Soms laat ik de cursisten de woorden uit de gatentekst zelf op het bord schrijven.

Een andere manier om een tekst te introduceren is bijvoorbeeld door de titel van het verhaal voor te lezen en cursisten vervolgens in duo’s te vragen na te denken over het verhaal. Of het begin van het verhaal voor te lezen en de cursisten (in duo’s) te vragen na te denken over hoe het verhaal verder gaat.

Ook kun je praten over de thematiek van een verhaal. Je kunt vragen wat de cursisten zouden doen als zij de hoofdpersoon waren of wat er zou gebeuren als de hoofdpersoon een andere beslissing had genomen.

Op de website Waar maar raar kun je op trefwoord zelf een tekst/verhaal zoeken. Dit zijn meestal verrassende, bijzondere, prikkelende artikelen uit het nieuws.

Je kunt ook, als je een abonnement hebt op Netnieuws, de teksten op deze site gebruiken. Hier zijn verschillende mogelijkheden/oefeningen die een cursist zelfstandig kan doen.

Wat kun je nog meer doen met een tekst?

Een collega van mij vertelde hoe zij actief met lezen in de les bezig is. Zij gaf (rond Sinterklaas) de cursisten als huiswerk een leestekst over speculaas uit het boek Typisch Nederlands. In de les gingen de cursisten hiermee aan de slag: met een Kahootquiz en met de werkvorm ‘Ieder een vraag’ uit het boek Actief met taal (pagina 40).

De quiz

Het onderwerp ‘speculaas’ introduceerde zij met een Kahootquizje:

  • Welk lidwoord heeft ‘speculaas’ ?
  • Wat is het meervoud van speculaas?

Zo was iedereen alert. Zij merkte dat de meeste cursisten nooit eerder een Kahootquiz hadden gedaan. Het ging dan ook nog niet vlekkeloos – bij een cursist toonde de site niet correct, twee cursisten hadden problemen met wifi – maar het sprak ze wel aan!

Het is belangrijk dat je rekening houdt met dit soort probleempjes als je Kahoot wilt spelen. De eerste keer inloggen kost meer tijd. Ik zorg er verder voor dat iedereen op de gratis wifi van het opleidingsinstituut kan en vaak heb ik nog een extra apparaat (Ipad) bij mij voor cursist(en) die geen smartphone hebben.

Ieder een vraag

Vervolgens gaf zij na de quiz in duo’s verschillende, gedifferentieerde vragen over de tekst zoals:

  • Wat betekent knapperig?
  • Deeg wordt gemaakt van bloem, boter, bruine basterdsuiker en speculaaskruiden. Weet je één woord voor al deze producten samen?
  • Welke dingen uit de tekst wist je al? En wat wist je nog niet?
  • In de derde alinea staat een bijzin. Met welk woord begint de bijzin? En wat is de persoonsvorm (finiete verbum) van de bijzin?

Tot slot heeft zij de opdracht klassikaal kort nabesproken en wisten de cursisten daarna samen veel over het onderwerp.

Om de opdracht nog interactiever te maken, kun je de cursisten in nieuwe duo’s met elkaar laten praten over de antwoorden op hun vragen. Je kunt er ook voor kiezen om expertgroepen te maken en hiermee de hele opdracht doen.

Expertgroepen

expertgroepen

 

Deel de cursisten bijvoorbeeld door het geven van de cijfers 1-4 in in groepjes 1, 2, 3 en 4. Geef ieder groepje een opdracht/vragen om uit te zoeken. Stel daarna groepjes samen met de cijfers 1, 2, 3  en 4 in een groepje en laat iedere cursist de antwoorden delen. Daarna kun je nog klassikaal iedere vraag nabespreken. Een hele leuke actieve werkvorm waarin iedere cursist een bijdrage heeft.

 

 

 

 

 

 

Facebooktwitter

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.