Spreken buiten de les: hoe stimuleer je cursisten?

spreken

Hoe verleid ik cursisten om Nederlands te gaan spreken buiten de les?

Mijn eerste les met een nieuwe groep begin ik altijd met een paar voorstel oefeningen. Met deze oefeningen krijg ik een beetje een indruk van de vaardigheden schrijven en spreken. Ik laat alle cursisten een ‘paspoort’ invullen (leveren ze in zodat ik ze na de les kan lezen) waarop ze ook een leerdoel (waarom volg je deze cursus) formuleren. Vervolgens laat ik ze aan de hand van gegeven vragen (afhankelijk van het niveau) in duo’s elkaar voorstellen en daarna stellen ze de duopartner voor aan de groep. Vaak geven cursisten dan al aan dat ze eigenlijk nooit Nederlands spreken omdat ze geen Nederlanders kennen of omdat iedereen (ook vrienden) direct in het Engels beginnen.

Hoe zorg je er dan als docent voor dat er buiten de les wel Nederlands gesproken gaat worden? Welke opdrachten kun je geven?

Waarom spreken cursisten weinig Nederlands buiten de les?

De belangrijkste reden is het gebrek aan taalcontacten, er zijn vaak geen taalmaatjes, taalcoaches of andere taalcontacten. Cursisten werken vaak in een Engelstalige omgeving, Nederlanders schakelen makkelijk over op het Engels als het gesprek hierdoor vlotter verloopt. Een andere reden en een probleem is de spreekangst van volwassen anderstaligen. Bij hoger opgeleiden vaak nog meer, omdat zij vinden dat ze correcte zinnen moeten maken, wat in het begin natuurlijk niet lukt. Het spreken vertraagt ook erg omdat zij te veel nadenken over de grammatica. Ik leg de cursisten dan ook vaak uit dat zij moet automatiseren, dat zij zinnen moet inslijpen, hiervoor gebruik ik de boeken Taalpingpong en Taaltempo. Maar ook de liedjes uit het boek Anders nog iets?

spreken
Pagina uit Taaltempo. Klik op de afbeelding voor de pdf.

Als ik een buitenschoolse opdracht geef, gebruik ik (meestal) het VUT-model: voorbereiden, uitvoeren, terugkijken. Bij de opdracht ‘interview je buurman’ laat ik de cursisten in de les vragen maken en oefenen ze in duo’s met elkaar voordat ze buiten de les een ‘buurman’ gaan interviewen. Ik bespreek ook dat het excuus mijn buurman spreekt geen Nederlands niet geldt omdat ze dan verder moeten zoeken naar iemand die wel Nederlands spreekt.

Ik zorg altijd voor een invulformulier waarop de opdracht staat uitgelegd, datum en naam moet worden ingevuld, een aantal vragen en ruimte voor eigen vragen. In de methode TaalCompleet A2 zijn deze formulieren als opdrachten opgenomen.

spreken vervoer
Werkblad uit TaalCompleet A2. Klik op de afbeelding voor de pdf.

Zowel bij de Inburgeringsgroepen als de TOL (Taal om te Leren) groepen laat ik de cursisten de opdrachten in een mapje bewaren. Ik heb gemerkt dat dit een groter gewicht aan de opdrachten geeft.

Het terugkijken zal ook invloed hebben op de motivatie omdat het aangeeft dat de docent het belangrijk vindt dat de opdracht wordt gedaan. Bij de inburgeraars houden wij bij wie de opdracht heeft ingeleverd. Als de inlevertermijn is verstreken wordt iedereen die het nog niet heeft gedaan gevraagd waar de opdracht is en wordt er een andere inlevertermijn afgesproken. In de map van de TOL-groepen moet aan het eind van de cursus een aantal opdrachten zitten, op een checklist houden de cursisten zelf bij waar ze zijn. Bij het tussentijds gesprek bespreken wij (docent en co-docent) de status van de opdrachten.

De opdrachten die wij geven voor buitenschools leren sluiten aan bij de thema’s in de methode, kennismaken, boodschappen doen etc. Ook proberen we aan te sluiten op persoonlijke leerdoelen die we halen uit het ingevulde ‘paspoort’ uit les 1.

Hoe start je?

Vaak begin je met het oefenen van spreken binnen de les voor het oefenen van spreken buiten de les. Ik gebruik hier voor rollenspellen uit de methode of zelf verzonnen opdrachten. Bij het boodschappen doen, wordt er iemand kaasboer, groenteman etc. De klant en winkelier krijgen ieder een eigen opdracht hoe te reageren op de andere cursist. Na eerst even voorbereiden en in duo’s oefenen, voeren de duo’s de rollenspellen klassikaal op. Soms meng ik duo’s met dezelfde opdracht ook nog met elkaar zodat de gesprekjes toch net weer iets anders worden dan geoefend.

rollenspel
Rollenspel op de markt. Klik op de afbeelding voor de pdf.

Dit zelfde doe ik met de thema’s vervoer, weg vragen, dokters bezoek. Ook gebruik ik hiervoor cartoons waar in de ballonnen leeg zijn zodat de cursist zelf een gesprekje moet voeren.

Met de kaartjes ‘Zoek iemand die…’ laat ik de cursisten door het lokaal lopen (dat vergt soms wat aanmoediging) en stellen de cursisten de vraag die op het kaartje staat.

spreken
Zoek iemand die… Klik op de afbeelding voor de pdf.

Ook speel ik een variant op Ik ga op reis en neem mee… bij het thema boodschappen doen: Ik ga naar de supermarkt en ik koop…

Leren spreken

In Leren Spreken van Margreet Verboog staan spelletjes en spreekoefeningen die in een beginstadium al te gebruiken zijn en kunnen beginners over spreekangst heen helpen door de focus van het spreken naar het spel te verplaatsen, bijvoorbeeld de ‘namenketting’ (leerdoel kennismaken). Een cursist zegt zijn naam, ‘ik heet Jim’, de volgende cursist herhaalt de naam en zegt daarna zijn eigen naam etc….. Of een woordspelletje als galgje of het maken van een woordketting: ‘vandaaggroen, neus…’ (leerdoel galgje/woordketting: woordenkennis).

 

En dan nu naar buiten!?

De eerste spreekopdrachten buiten de les, zijn de routines die meestal ook in het begin van de methodes voorkomen: voorstellen, groeten, iets vragen in de supermarkt.

buitenschools leren

In het NT2-cahier Buitenschools leren staan spelletjes voor beginnende sprekers (vanaf A0) en eenvoudige opdrachten op weg naar A1. Er is een hoofdstuk waarin uitgelegd wordt hoe je de smartphone kunt gebruiken in de les en er buiten (op weg naar A1). In het volgende hoofdstuk worden opdrachten besproken om enquêtes en interviews af te nemen (op weg naar A2).  Handig is dat van iedere opdracht een werkblad of formulier te vinden is op de site. De auteur van het cahier reikt een aantal functionele en doelgerichte oefeningen aan om de cursisten ook buiten de taalles te laten oefenen met spreken. Er is veel aandacht voor de voorbereiding en nabespreking van de opdrachten.

De taalkaart

spreken op de markt

In het cahier is een hoofdstuk ‘de taalkaart‘ er wordt aangeven dat de taalkaart een goed middel is om al in een vroeg stadium te stimuleren dat cursisten de taal gaan gebruiken buiten de les. Ik heb nog niet met een taalkaart gewerkt, de uitleg inclusief werkbladen maakt het erg makkelijk om de taalkaart te gaan inzetten in de les. Ik ben benieuwd wie er ervaring heeft met taalkaarten en deze ervaring wil delen onder deze blog.

Conclusie

De boeken Leren spreken en NT2-cahier Buitenschools leren staan vol met hele handige opdrachten en rollenspellen om cursisten aan het praten te krijgen buiten de les.

Het cahier is een handig overzichtelijk boekje waar je snel kunt lezen welke opdrachten/rollenspellen je cursisten kunt geven om het spreken buiten de les te bevorderen. Je start met verschillende oefeningen in de les, daarna de gesprekken buiten de school. Er wordt veel aandacht besteed aan het nabespreken van de opdracht. En er zijn erg veel praktische werkbladen te vinden op de website.

Het boek Leren spreken geeft aan hoe je je spreeklessen (beter) kunt aanpakken. Waar moet spreekonderwijs aan voldoen, de praktische invulling van de spreekles, het geven van feedback  en het oefenen in praktijksituaties. Het boek bevat 24 werkbladen.

 

 

 

Facebooktwitter
One Comment

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.