Nederlands leren en kunst?!

Ik vind het heel leuk dat docente Beeldende Vorming, Myrthe Hebinck (ISK Ede), een blog heeft geschreven over beeldende vorming en taal.

Nederlands leren terwijl je kunst maakt

Beeldende vorming
Teken links wat je al bereikt hebt en rechts wat je nog wilt bereiken.

Wat is er leuker dan creatief bezig zijn en tegelijkertijd nog Nederlands leren ook? Ik ben docente Beeldende Vorming op een ISK voor leerlingen van 12-18 jaar. Beeldende Vorming is een geweldig vak om te geven, maar wel een vak waar de leerlingen vaak niet mee bekend zijn. Sommige leerlingen hebben nog nooit geschilderd, anderen wel maar schamen zich, weer andere leerlingen vinden het nutteloos. Zo moest ik afgelopen september beginnen bij het begin. Sowieso eerst maar eens een jaarplanning maken en materialen kopen. En vooral nadenken over wat ik ze eigenlijk wilde leren?

Beginnen bij het begin

Wat is kunst? Een vraag die de leerlingen nooit gesteld was en waar ze weinig antwoorden op hadden. Het bleek nog niet zo makkelijk die term uit te leggen aan jongeren met een beperkte Nederlandse woordenschat. Dus ik wees een en ander aan; potlood, kwast, verf. Toen kwamen ze los en riepen gum, puntenslijper, papier. Het ging ze dagen wat we daar zouden gaan doen elke week. Zo werkten we meteen aan het begrijpen van allerlei nieuwe woorden zoals museum, krijt, metaal, karton, klei enzovoorts. Mijn idee was ze de eerste twee blokken, tot aan de kerstvakantie, te laten kennismaken met zoveel mogelijk materialen en technieken. Tot de herfstvakantie tweedimensionaal en tot aan de kerstvakantie driedimensionaal. Overkoepelend thema was “Fantasie”. Dat woord bleek ook nog niet zo makkelijk te duiden. “Eigen ideeën” legde ik uit en “wat jij zelf leuk of mooi vindt”. Sommigen hoorde ik fantasia zeggen, blijkbaar fantasie in hun eigen taal. Ze probeerden het uit te leggen aan klasgenoten. Toen het gelukt was het begrip uit te leggen, volgde nog de uitdaging hen het belang van fantasie in te laten zien. Een leerling doet gewoon wat de docent zegt toch? Je tekent een plaatje na, het moet af zijn en mooi.

Beeldende Vorming
Thema fantasie, 3D: met pastilin klei iets maken uit je cultuur.
Dit is een Eritrees koffieservies.

Wat ik mooi vind?!?

Door het constante gebruik ervan leerden de leerlingen de namen van de materialen goed kennen. Het was steeds zoeken naar een balans tussen enerzijds een duidelijke opdracht met voorbeelden geven en hen tegelijkertijd ook vrijheid bieden. Nog steeds blijf ik uitleggen dat het niet mooi hoeft te zijn, dat het erom gaat dat ze bezig zijn met hun handen, dat ze hun eigen ideeën mogen hebben en dat ze het op hun eigen manier mogen doen. Als je het woord mooi wilt vermijden, moet je kiezen uit ingewikkelde alternatieven. Woorden als creatief, origineel, poëtisch en knap zijn lastig uit te leggen. Hoe complimenteer je een leerling dan? Vaak ga ik in op het proces en wat ik precies zie; wat heb je goeie kleuren gekozen, je hebt het op je eigen manier gedaan, wat leuk dat je dit hier hebt geschilderd, wat goed dat je dit zo bedacht hebt… Ook vraag ik hen wat ze er zelf van vinden. Meestal zijn ze niet blij met wat ze gemaakt hebben. Dan vraag ik wat ze precies niet goed vinden en help hen dat te verbeteren. Als ze het niet meer verder kunnen verbeteren, dan complimenteer ik hen met wat wel goed is gegaan. Altijd maar zeggen dat alles goed is kunnen ze niet goed hebben, dus ik merk ook wel op wat volgende keer anders kan. Hierin is ook voorzichtigheid geboden, want de moed zakt zeer snel in de schoenen.

Beeldende Vorming
Thema Cultuur, les over Mexicaanse kunst.
Mexicaans spiegelschilderij

Kunst als gespreksstarter

Kunst geeft aanleiding tot vele gesprekken. Niet alleen over wat zij zelf maken, maar ook over een heel scala aan andere onderwerpen. Zo heb je gesprekken over de waarde van kunst, over kunst om ons heen (zoals graffiti en Delfts blauw), over wie het verdient een standbeeld te krijgen enzovoorts. Zo begrijpen ze steeds beter welke plek kunst in onze wereld inneemt en groeit hun algemene ontwikkeling en hun woordenschat. De mooiste gesprekken vonden plaats tijdens het blok “Culturen”, tussen de kerstvakantie en de voorjaarsvakantie. Elke les keken we op de wereldkaart waar het betreffende land lag en bespraken we kenmerken van dat land zoals de natuur, het eten en natuurlijk de kunst. Zo ontdekten we samen wat ze al wisten, wat ze raar vonden en waar ze nog vragen over hadden.

Naast allerlei wetenswaardigheden kwamen er ook goeie gesprekken op gang over wat een geest is (we gingen Afrikaanse maskers maken), waarom sommige volken niet meer over hun eigen land heersen (zoals Aboriginals) en waarom het in oorlogsgebieden vaak verboden is kunst te maken (zoals in Somalië). Zolang je veel gebruik maakt van afbeeldingen en filmpjes en heel simpel en langzaam praat, waren deze gesprekken met alle taalniveaus mogelijk. Met name interessant waren de lessen over Afrikaanse en Arabische kunst. In deze lessen konden de leerlingen mij veel leren. Zo leerde ik wat woorden Tigrinya en Arabisch. Het Arabisch kalligraferen met Oost-Indische inkt ging de Syrische leerlingen beter af dan mij! Ik zag hoe goed het hen deed om mij iets te kunnen leren en ik kon hen complimenteren met het feit dat zij zowel het Arabische als het Latijnse schrift beheersen. Sommigen kunnen zelfs Arabisch, Latijns en Tigrinya. Veel meer dan ik.

We blijven leren

Zo is Beeldende Vorming een vak dat vele doelen dient. Het leert jongeren tekenen, schilderen, kleien, zagen, maar vooral ook te varen op hun eigen ideeën. Het leert ze zelfstandig te zijn en op henzelf te vertrouwen. Het zorgt ervoor dat ze even tot rust kunnen komen. Maar naast dat alles is een heel mooie bijvangst dat hun woordenschat groter wordt, ze leren gesprekken te voeren en hun eigen mening te beargumenteren. Dit komt ook mooi tot uiting in de presentaties die ze na elk blok geven. Hiervoor gaan ze in tweetallen nadenken en opschrijven wat ze hebben geleerd qua materialen en technieken, wat ze leuk en niet leuk vinden en wat ze nog willen leren. Dit presenteren ze vervolgens in de klas. Zo ervaren ze dat ze eigenlijk al veel meer kunnen dan ze denken en dat ze zelf ook met ideeën mogen komen. Het presenteren is natuurlijk spannend, maar iedereen doet mee! De grote uitdaging blijft om hen lessen te bieden die uitdagend zijn, maar niet te moeilijk. Het is belangrijk dat ze steeds een succeservaring hebben. Aangezien ze er geen cijfers voor krijgen, is het soms lastig de leerlingen te motiveren. Doordat ze veel rondlopen om spullen te pakken of op te ruimen, is er snel ruimte voor onrust. Daarnaast werken ze allemaal op hun eigen tempo en ren ik van de een naar de ander om ze aan te moedigen, de opdracht nogmaals uit te leggen of materiaal uit te delen. Zo hebben zowel zij als ik nog wel wat te ontwikkelen en leren. Maar we zijn al een heel eind op weg!

Facebooktwitter
Tags:, ,

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.